Geschiedenis

Op het eerste gezicht lijkt een kelim niet veel meer dan een kleed dat de huiskamer of de hal siert. Niets is echter minder waar. Achter dit tapijt schuilt een wereld van traditie en symboliek.
De oorsprong van de kelim vinden we bij de nomadische stammen in Anatolië, het huidige Turkije. Van oudsher waren de vrouwen van deze gemeenschappen aangewezen om de kelims te vervaardigen. Zij waren verantwoordelijk voor het hele proces, van het prepareren van de wol, afkomstig van schapen en geiten, tot het weven van de kleden.
Behalve als kunstwerk diende kelims - veel meer dan nu het geval is - een gebruiksfunctie. Ze werden onder meer gebruikt als tentdoek, als verpakking voor etenswaren en als vloerkleed om gasten op te ontvangen.

Techniek

Kelim is het Turkse woord voor de manier waarop iets vervaardigd wordt, in dit geval de manier waarop een tapijt gewoven is.
Een kelim kan op verschillende manieren worden gemaakt, een daarvan is de zogenaamde weft-faced techniek. Deze techniek is een variant op het eenvoudige patroon, waarbij de horizontalen en verticalen gelijkwaardig zijn. De weft-faced techniek houdt in dat de ene draad dikker is dan de ander en daarmee ook meer zichtbaar is.

Motieven

Door de toepassing van bijvoorbeeld de slit-weave techniek kunnen motieven in het kleed worden verwerkt. Deze techniek heeft als kenmerk dat de motieven heel scherplijnig doch eenvoudig in hun verschijning zijn. Dit maakt dat kelims vrij makkelijk te herkennen zijn. Een aantal veel voorkomende tekens is: een kam, een amulet, een wolvenbek, een oog, een haak, een schorpioen en stromend water.
De verfstoffen om de wol te kleuren zijn plantaardig. Daardoor zijn kelims warm en helder van kleur.